De Wisser
Land Rovers in The Gambia...
WYSIWYG Web Builder
WYSIWYG Web Builder
Zomaar een dag.

Het is erg benauwd. Het zweet loopt overal van mijn lichaam af. Ik zit onder het zweet, stof, vet en olie. Maar na 4 uur werken kan ik eindelijk overeindkomen en mijn zere lijf uitrekken. De auto kan weer sturen, joepie. Gelukkig is het droog gebleven maar zoals ik er nu bij loop kan ik wel een regenbuitje hebben. Ik kan me hier nergens wassen dus voorzichtig instappen om het interieur niet verder te verpesten. Het is een oude Range Rover Classic, van buiten niet om aan te zien maar van binnen en onder 100% in orde. Als we politieposten tegenkomen en ze zien deze auto met aan boord 2 haveloze toubabs worden we meestal snel doorgewuifd. Op weg naar huis bezoeken we nog even een schilder om een afspraak te maken voor een klusje. Als we over zijn compound lopen krijg ik het weer even te kwaad. Een jongetje van een jaar of 6 kijkt me met een grote grijns aan. Beide voetjes staan 90 graden naar binnen gedraaid en feitelijk loopt hij dus op zijn enkels. Daar zijn enkels niet voor gemaakt. Hij hobbelt vrolijk achter zijn zusjes aan, en als hij ons niet meer kan zien verandert mijn glimlach in een iets 3 pijnlijkere uitdrukking.
De schilder is altijd blij als we weer een klusje voor hem hebben. Schilderen kunnen we goed zelf maar hij heeft het harder nodig. En zo zijn er wel meer dingen die we uitbesteden in plaats van ze zelf te doen. Je maakt er ook vrienden mee en da's ook wel prettig. Goed, we worden weleens een oor aangenaaid maar dat is min of meer ingecalculeerd.
We gaan weer verder. We stoppen even bij de Finishbar waar Nyima ons hoofdschuddend aankijkt. We hebben vanmorgen nog ijsblokken gebracht dus het bier is lekker koel. Maar eerst ga ik nog even hallo zeggen tegen mijn 'vriend', de donkey van de overbuurman. Ik kniel bij het beestje neer. Na een paar tellen komt ie naar met toe, snuffelt wat aan mijn vuile lijf en legt vervolgens zijn hoofd op mijn schouder. Ik blijf nog even bij hem zitten. Donkey is eigendom van een marabou; een man die goed is voor zijn dieren en voor wie ik een groot respect heb. Na 2 biertjes nemen we weer afscheid en duiken het pad in wat ons naar huis brengt. Op de compound vertellen we Amie dat we geen vis hebben gekocht omdat ze niet hoeft te koken, we gaan naar een 'restaurant'.
Maar eerst eens goed schoonschrobben en iets fatsoenlijkers aantrekken. Als iedereen zover is kunnen we. Amie met de kleine Luna gaat achterin en de jongens die voor vandaag klaar zijn met het werk zitten op het dak. Terug bij de Finishbar springen de jongens van het dak, zwaaien nog even, en: we zien jullie morgen weer. Ik maak nog even een praatje met Nyima die mijn nettere kleren opmerkt en zegt: you look nice. Ja, nou, dat valt ook wel weer mee en da's morgen zo verholpen. Op weg naar het restaurant maar weer. Onderweg pikken we nog iemand op die ook naar Sanyang gaat. Bij de politiepost vertrekt onze passagier weer. Bij de politiepost staat Omar, een oude bekende. Glimlachend wuift hij ons door. Even later stoppen we bij Khady, het raam gaat open en we vragen: Khady, do you have dinner? Yes, I have dinner, antwoordt ze en we stappen uit. Khady begint onder het kleine afdakje meteen met de kookpot te rammelen.
Het restaurant is alleen maar buiten en bestaat uit een krakkemikkige plastic tafel met iets er overheen wat je tafelkleed zou kunnen noemen. De stoelen zien er al niet veel beter uit, maar ze houden het. Khady haalt bij de buurman wat te drinken voor ons. De buurman heeft een koeler. Daar koopt ze voor 10 Dalasi een flesje fris waar wij later haar weer 10 Dalasi voor moeten betalen. Dat doet ze dus niet goed en later zullen we nog eens met haar praten dat ze 15 Dalasi moet vragen. Voor mijn part reken je voor de Gambianen 10 Dalasi maar voor een Toubab moet je minstens 15 vragen.
Ze moet toch ergens winst op maken? We hebben nog geen idee wat er op ons bord komt. Dat blijkt dus rijst met een sausje, een stuk kip (weet echt niet welk stuk) en koude frieten. Eet smakelijk. Tijdens het eten komt Khady even bij ons zitten en we maken een praatje over wat ze vandaag allemaal gedaan heeft. Het eten smaakt ons goed en we kijken rustig om ons heen naar het voorbijrijdend verkeer (altijd leuk), en zien allerlei Gambiaanse schonen ons tafeltje passeren, evenals een aantal geiten en een flinke kudde koeien. Een aantal mensen (meestal bekenden) blijft hangen voor een praatje en een glimlach. Als we willen reageren op een grap kijkt Amie ons vermanend aan en glimlachend houden we ons in. Een passerende truck probeert nog wat stof en roetwolken over ons uit te stoten en de jongens die er bovenop zitten zwaaien vrolijk. We zwaaien even vrolijk terug. Nou, hier kan echt geen enkel restaurant uit de Senegambiastrip tegenop. This is the best restaurant in town.
Morgen ga ik me opnieuw vuil maken en gaat er weer een dag voorbij. Dit is Gambia, en nergens wil ik liever zijn.
Grumpy Old Sil
20 juli 2010